Particuliere windmolens
Zonnepanelen worden steeds vaker geplaatst: op woningen, kantoren en bedrijfspanden zijn deze panelen relatief makkelijk te plaatsen. De terugverdientijd voor zonnepanelen schommelt inmiddels rond de zeven jaar, waardoor ook economisch deze investering nut kan hebben. Qua regelgeving heeft de landelijke overheid het plaatsen van zonnepanelen gemakkelijker gemaakt: een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of gebruiken in strijd met het bestemmingsplan is voor het plaatsen van zonnepanelen op grond van artikel 2, zesde lid van Bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht, niet benodigd, mits aan de voorwaarden wordt voldaan.
windmolens
Voor windenergie is dat anders. Voor het plaatsen van een windmolen is altijd een omgevingsvergunning nodig. Dat is goed denkbaar voor de grote windenergieparken, maar ook voor de kleinere, particuliere windmolens is een omgevingsvergunning nodig. De omgevingsvergunning is nodig voor het bouwen van de windmolen (artikel 2.1 eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht WABO), veelal voor het afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.1 , eerste lid onder c WABO) en voor het in gebruik nemen van een (milieu)inrichting (artikel 2.1, eerste lid onder e WABO).
Gelukkig zijn kleine, particuliere windmolens van die laatste plicht uitgezonderd. Het gaat dan om windmolens met een rotordiameter van minder dan 2 meter – daarvoor geldt een uitzondering voor de milieuregels. Wel moet voldaan worden aan de bouwregels. (artikel 20.1, tweede lid van Onderdeel C van Bijlage I BOR)